donderdag 22 december 2011

opdracht 5

Opdracht 5:    Observeer of geef nog een godsdienstles/moment:
                        Wat is het onderwerp van deze les/moment?
                        Welke levensvraag komt hierin aan bod?

Ik heb een lesje gevolgd bij het 6de leerjaar. Het onderwerp van de les was Kerstmis.
De leerlingen zaten deze keer samen met de leerlingen van zedenleer omdat deze juf ziek was.
Levensvraag: Welke betekenis geven de mensen op de dag van vandaag aan Kerstmis.

*Wat zijn de grote stappen, de fases die gezet worden met de kinderen?
Deze kinderen weten al veel van Kerstmis. De grote betekenis er achter kennen ze wel. De juf gaat met deze kinderen een stapje verder en wil de kinderen een diepere betekenis van Kerstmis laten ontdekken. Ze link dit aan vrede , oorlog , … Ze geeft ook voorbeelden zoals daklozen wat dit met Kerstmis zou te maken kunnen hebben. Ze betrekt er ook andere godsdiensten bij hoe deze Kerstmis vieren of niet vieren. Ook wil ze de kinderen de historiek (geschiedenis) van Kerstmis bij brengen.

Deze les was voor de juf een uitdaging om ook de kinderen van zedenleer erbij te betrekken. Ze legde het verschil uit tussen de verschillen. Iedereen viert Kerstmis. Kerstmis is een feest voor gelovigen als voor niet gelovigen. Gelovigen geloven in Jezus en zetten ook een stalletje erbij en niet gelovigen vieren het feest van licht en vrede. Zo leren de kinderen het verschil tussen wie gelooft en wie niet. Hoe iedereen op zijn eigen manier Kerstmis beleefd.

*Welke handleiding wordt hier gebruikt?
De juf gebruikte in deze les vooral losse blaadjes aan elkaar geniet. Maar meestal werken ze met het handboek ‘Tuin van Heden’.

*Wat is de sfeer? Onderscheidt deze zich van andere lessen of momenten? Waarin wel, waarin niet. Hoe wordt aan deze sfeer gewerkt?
Het is nu de 2de keer dat ik een lesje godsdienst bij woon. En ik vind dit zo gezellig. In mijn school hebben zo een aparte klas voor godsdienst. Deze is heel gezellig ingericht dan de gewone klas. Het is een groot verschil en dit maakt het aangenaam voor de kinderen. En zo zijn ze ook eens weg uit hun eigen klas. In deze klas kunnen ze echt hun ding doen.  Ze nemen ook niets mee naar deze klas zelfs hun pen niet. Zo om een gezellige sfeer te creëren. De banken staan ook niet recht achter elkaar. Er is echt nog een snoezel hoekje voorzien zoals in de kleuterklasjes. Sommigen kinderen hebben hier vaak ook nog nood aan ook al zijn het geen kleuters meer. In dit hoekje liggen dan kussens en dekentjes en beertjes. De klas zelf is ook heel mooi aangekleed met allemaal verschillende dingen zoals een poppenkast, poppen, beren , kaarsen , bloemen,posters… (Hier vond ik ook de poster terug van ‘stap in , Kom bij me zitten’) Ik heb zo de indruk dat de kinderen zelf mogen kiezen hoe de klas wordt ingericht. Dat ze zelf mogen kiezen in welke sfeer ze godsdienst willen volgen. Ik vind persoonlijk dat een lesje godsdienst heel interactief is voor deze kinderen.
Geen saaie theorie lessen. Ze knutselen zelfs iets kleins aan het einde van de les.

*Hoe reageren de kinderen? Welke momenten zijn ze betrokken, op welke momenten zie je de betrokkenheid dalen?
De kinderen werken eigenlijk goed mee. Zowel de gewone kinderen als die van zedenleer. Iedereen komt voor zijn eigen mening uit. Ze antwoorden perfect op wat de juf vraagt.
Meestal zijn de kinderen wel betrokken omdat ze actief mogen meewerken en ook zelf dingen aan bord mogen schrijven.  Vooral in het begin van de les is de betrokkenheid zeer hoog maar naarmate de les vordert merkte ik toch dat er enkele niet meer zo betrokken waren en met hun pennen aan het prullen waren. Het was ook soms langdradig als de juf een vraag stelde en dan iedereen mocht antwoord geven. Dit duurde soms wat lang voor sommigen.
De juf zag dit ook soms en dan liet ze de kinderen af en toe tussen de vragen en theorie door een spelletje oplossen. Bv een kruiswoordraadseltje over Kerstmis, of nummers verbinden…

Ik vind ook dat deze juf zelf al rust en zachtheid uitstraalt. Je voelt de warmte bij haar en ik merkte ook dat ze met liefde voor de klas staat. Dit doet vaak ook al veel om de sfeer aangenaam te maken. ( dit is ook nog zoiets, de juf stond heel weinig ‘voor’ in  de klas, ze ging heel vaak tussen de kinderen zitten of staan, dit bevordert ook de sfeer)

*Noteer enkele voorbeelden van levensvragen die deze kinderen stellen.
Waarom zijn er gelovige mensen?
Hoe komt het dat men Kerstmis viert?

*Aan welk component wordt vooral gewerkt?
Ik vond persoonlijk dat het component B3 in verbondenheid met gemeenschappen vooral aan bod kwam in deze les. Omdat ook de kinderen van zedenleer erbij zaten en de juf heel goed de verschillen in de les aan bod liet komen. Hierdoor leren de kinderen dat ze als individu zelf in een gemeenschap zitten samen met de anderen. (dus ook een beetje B2).
Kinderen ervaren hierdoor dat er een gemeenschap is van gelovigen en één van niet gelovigen. En zij beseffen nu zelf in welke gemeenschap zij zich bevinden.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten