donderdag 22 december 2011

opdracht 9

Opdracht 9 :   3 ideeën geven die je aan het denken zetten uit het interview met                                           B. Lemmelijn in het tijdschrift Tertio.

1:         “Als we écht willen, kan de wereld ook mooi en lief zijn”.
Dit is juist dezelfde visie die ik heb in het leven. Wat ik verder in mijn portfolio ook al eens heb vermeld. Zo denk ik altijd :” waar een wil is, is een weg en als er geen weg is moet je die maar maken”.
Maar waarom zijn er dan mensen die dit echt niet willen. Dit begrijp ik soms niet. Dat er mensen zijn met haat in zich. Soms vraag ik me af wordt je zo geboren met die haat in je Of creëer je die zelf omdat je medemens vaak zo leven of tegen je doen.

2:         “Als je de weg durft te gaan van zoeken, vragen, komt de verheldering”.
Is dit wel altijd zo dat er dan verheldering komt? Ik stel me hier toch vragen bij. Ik ben ook op weg en zoek om antwoorden te vinden op mijn vragen. Maar ik vind niet dat er altijd verheldering komt. Je blijft toch altijd met vele vragen zitten waar je geen en nooit een antwoord op zal krijgen.
Ik ben er wel van overtuigd dat als je durft zoeken en vragen en twijfelen je toch verder staat dan iemand die dit niet aandurft. En inderdaad is er bij mij in mijn leven toch al veel verhelderen gekomen , maar hellemaal??????

3:         De bijbel verhaalt niet hoe het geweest is, wel hoe het zou moeten zijn.
Mijn vraag hierbij is dan: “Maar hoe moet het dan eigenlijk zijn”.
En wat is nu de beste manier.  Hier kan mij ook niemand echt antwoord op geven.
Daarom vind ik het ook zo’n dubbele zin.  Toch vind ik dat de bijbel wel verhaalt hoe het ‘ongeveer’ is geweest. Maar wat is hiervan waar? En inderdaad de kleine details dat is voor mij allemaal onzin maar de grote boodschap die er achter zit daar moeten we eens dieper gaan naar kijken of zoeken.  En zijn deze boodschappen dan altijd wel zo goed. En dit is dan ook weer voor iedereen anders omdat iedereen het geloof op zijn eigen vertrouwde manier wil beleven. En voor de ene persoon is het wel goed en voor de ander dan weer niet.


opdracht 8

Opdracht 8: Enkele vraagjes ter voorbereiding van Kerstmis.
Wie zijn goddelijke mensen voor jou, nu of in het verleden geweest?
Als kind zag ik goddelijke mensen heel anders dan de dag van vandaag. Vroeger vond ik meneer pastoor, moeder Theresa, de Paus, … goddelijke mensen. Als kind keek ik op naar zulke mensen. Deze waren mensen die echt belangrijk waren in de Kerkgemeenschap of erbuiten.  Die op kwamen voor de medemens. Zowel arm als rijk, sterk of zwak. Die geen diversiteit kenden en voor iedereen goed deden.
Tegenwoordig heb ik een hele andere kijk gekregen op goddelijke mensen. De betekenis hiervan heeft een diepere kijk gekregen bij mij. Bijvoorbeeld onze buurman die ons lekkere verse soep brengt als we ziek zijn of vorige week terwijl we aan het winkelen waren heeft mijn man een vrouwtje geholpen die de trap niet goed op kon of de brigadiers die vrijwillig de schoolkinderen helpen oversteken over de gevaarlijke weg,… Dit zijn ,vind ik persoonlijk dan in mijn ogen, ook goddelijke mensen. Iedereen kan volgens mij een beetje een goddelijk mens zijn. Als je maar wil tenminste. “Waar een wil is , is een weg. En  als er geen weg is moet je deze maar maken” denk ik altijd. 
Deze mensen doen toch ook allemaal iets goed en heel zinvol in onze samenleving wat toch ook kleur geeft aan de zingeving.

Wie of wat heeft mij opgeroepen om goddelijk te zijn voor een ander?
Ik vind persoonlijk dat mijn ouders mij hebben opgeroepen om goddelijk te zijn voor een ander. Zij hebben ervoor gezorgd dat ik in de wereld van God en Jezus terecht ben gekomen. Zij hebben mij laten dopen om zo contact te krijgen met God en Jezus. Om samen met God hand in hand op weg te gaan.
Mijn ouders hebben mij geleerd om de normen en waarden die zij mij hebben meegegeven door te geven aan anderen. (zoals mijn zoontje,…).
Zij hebben mij geleerd om de zingeving zoals vriendschap, liefde, vrede,… te waarderen en te respecteren. Dit voor een goede omgang in de samenleving.
Mijn ouders staan aan de bron hiervan maar toch werden ze bijgestuurd door familie, juffrouwen, …
Deze willen je toch ook het goddelijk beeld meegeven.

opdracht 7

Opdracht 7: Hoe zou je met confrontatie met ideeën uit deze les antwoorden op ‘God, hoe bedoel je?’ Hebben deze ideeën consequenties voor jouw zoektocht?
Het filmpje van de laatste jaar studenten heeft me wel diep geraakt en persoonlijk heel erg aan het denken gezet.
In die zin dat ik zoiets nog nooit gezien had of in aanraking mee ben gekomen.
Deze beleving ,zo in groep, tot God (of?) is voor mij te extreem. Ik ben heel erg katholiek opgevoed en nog altijd katholiek. Maar om dit zo te beleven vind ik persoonlijk een beetje ver gaan voor mezelf. Ik heb wel alle respect voor gelovigen dit God wel op deze manier willen zoeken en die steun zoeken bij elkaar op hun zoektocht. Ik wil persoonlijk niet opvallen in mijn zoektocht. Ik hou niet zo van die show en de buitenwereld hoeft niet te zien hoe ik het geloof beleef of er mijn weg in vind.
Ik ga regelmatig naar het kerkhof om mijn overleden familieleden een bezoekje te brengen. Maar rond de tijd van 1 november zal je mij er nooit zien. Dit vind ik persoonlijk ook extreem en show voor het oog van de medemens.

Bij dit filmpje stelde ik me de vraag:
“Moet een mens zo extreem op zoek gaan naar God om hem te vinden?”
“Is dit de juiste beleving om God te vinden?

Ik zoek God in kleine, alledaagse dingen zoals ‘het gezond zijn’ of mijn zoontje die tegen me zegt ‘mama je hebt lekker gekookt vandaag’ of het samen met het gezin een spelletje spelen,of iedere dag kunnen eten,…  Dat we de kans krijgen om dit te mogen en kunnen doen, “dat is God”.
‘De’ liefdevolle God.
 Ik geloof niet dat God verantwoordelijk is voor de grote dingen in ons leven.

opdracht 6

Opdracht 6:
Herinneren: Blik eens terug op de dag van gisteren. Noteer een paar dingen die je gisteren hebt gedaan of meegemaakt, die je dag kleurden of vulden.
Gisteren ben ik in de les muzische opvoeding creatief bezig geweest met verschillende soorten knutselmaterialen en technieken. Dit is echt mijn ding en hier kan ik echt van genieten.

Daarna moesten we naar de Kerstmusical gaan van ons zoontje. Prachtig!!!
Wat ik nog een kleurrijk moment vond in deze dag was iets heel onnozel maar gewoon gezellig : ‘na het optreden samen met mijn gezin een frietje gaan eten.’

Erkennen: Heeft zich in die (alledaagse) dag iets aangediend dat te maken heeft met de diepte in je leven? Dat te maken heeft met wat heilig is, wat God is?
Een woord, een keuze, een gebeurtenis, een inzicht, een ervaring…?
Toen ik naar huis reed van de school naar het optreden moest ik me eigenlijk een klein beetje haasten. Want ik had les tot 16u en de show begon om 17u.  Maar onderweg (heel raar) heb ik toch een paar keer gezegd: “God of iemand hierboven, bedankt”.
Waarom? Er was niet veel verkeer op de baan wat normaal wel zo het geval is en overal waar er verkeerslichten stonden sprongen deze direct op groen toen ik aan kwam gereden.  Juist al wilde ‘Hij’ ervoor zorgen dat ik zeker de show niet miste.


Herkennen: Waarom denk je dat dit inderdaad iets te maken heeft met de God van de Bijbel, de God van Jezus Christus?
God wilde er voor zorgen dat ik er was voor mijn zoontje terwijl hij mij nodig had. Dat ik hem niet in de steek zou laten. Dat wilde God en Jezus ook altijd. Hun wilde er ook altijd voor iedereen zijn en goed doen voor iedereen. God wil ook dat iedereen kan genieten van het leven. En dat was voor mij echt het geval (ook met dat frietje te gaan eten).
En ook dat mijn zoontje mijn liefde kan voelen dat ik aanwezig was. God wil dit ook maar toch kan hij niet voor iedereen tegelijk goed doen en niet altijd. Want bijvoorbeeld de dag erna was ons zoontje ziek. Dus ben ik van mening dat God op die dag voor iemand anders goed en liefdevol was , die het op dat moment meer nodig hadden dan wij. Maar op die bewuste dag ervoor heeft hij dit gedaan voor ons en toen hadden wij dit liefdevol moment nodig om samen te kunnen zijn en te genieten met ons gezin.
 (Dit is waar God voor mij leeft).




opdracht 5

Opdracht 5:    Observeer of geef nog een godsdienstles/moment:
                        Wat is het onderwerp van deze les/moment?
                        Welke levensvraag komt hierin aan bod?

Ik heb een lesje gevolgd bij het 6de leerjaar. Het onderwerp van de les was Kerstmis.
De leerlingen zaten deze keer samen met de leerlingen van zedenleer omdat deze juf ziek was.
Levensvraag: Welke betekenis geven de mensen op de dag van vandaag aan Kerstmis.

*Wat zijn de grote stappen, de fases die gezet worden met de kinderen?
Deze kinderen weten al veel van Kerstmis. De grote betekenis er achter kennen ze wel. De juf gaat met deze kinderen een stapje verder en wil de kinderen een diepere betekenis van Kerstmis laten ontdekken. Ze link dit aan vrede , oorlog , … Ze geeft ook voorbeelden zoals daklozen wat dit met Kerstmis zou te maken kunnen hebben. Ze betrekt er ook andere godsdiensten bij hoe deze Kerstmis vieren of niet vieren. Ook wil ze de kinderen de historiek (geschiedenis) van Kerstmis bij brengen.

Deze les was voor de juf een uitdaging om ook de kinderen van zedenleer erbij te betrekken. Ze legde het verschil uit tussen de verschillen. Iedereen viert Kerstmis. Kerstmis is een feest voor gelovigen als voor niet gelovigen. Gelovigen geloven in Jezus en zetten ook een stalletje erbij en niet gelovigen vieren het feest van licht en vrede. Zo leren de kinderen het verschil tussen wie gelooft en wie niet. Hoe iedereen op zijn eigen manier Kerstmis beleefd.

*Welke handleiding wordt hier gebruikt?
De juf gebruikte in deze les vooral losse blaadjes aan elkaar geniet. Maar meestal werken ze met het handboek ‘Tuin van Heden’.

*Wat is de sfeer? Onderscheidt deze zich van andere lessen of momenten? Waarin wel, waarin niet. Hoe wordt aan deze sfeer gewerkt?
Het is nu de 2de keer dat ik een lesje godsdienst bij woon. En ik vind dit zo gezellig. In mijn school hebben zo een aparte klas voor godsdienst. Deze is heel gezellig ingericht dan de gewone klas. Het is een groot verschil en dit maakt het aangenaam voor de kinderen. En zo zijn ze ook eens weg uit hun eigen klas. In deze klas kunnen ze echt hun ding doen.  Ze nemen ook niets mee naar deze klas zelfs hun pen niet. Zo om een gezellige sfeer te creëren. De banken staan ook niet recht achter elkaar. Er is echt nog een snoezel hoekje voorzien zoals in de kleuterklasjes. Sommigen kinderen hebben hier vaak ook nog nood aan ook al zijn het geen kleuters meer. In dit hoekje liggen dan kussens en dekentjes en beertjes. De klas zelf is ook heel mooi aangekleed met allemaal verschillende dingen zoals een poppenkast, poppen, beren , kaarsen , bloemen,posters… (Hier vond ik ook de poster terug van ‘stap in , Kom bij me zitten’) Ik heb zo de indruk dat de kinderen zelf mogen kiezen hoe de klas wordt ingericht. Dat ze zelf mogen kiezen in welke sfeer ze godsdienst willen volgen. Ik vind persoonlijk dat een lesje godsdienst heel interactief is voor deze kinderen.
Geen saaie theorie lessen. Ze knutselen zelfs iets kleins aan het einde van de les.

*Hoe reageren de kinderen? Welke momenten zijn ze betrokken, op welke momenten zie je de betrokkenheid dalen?
De kinderen werken eigenlijk goed mee. Zowel de gewone kinderen als die van zedenleer. Iedereen komt voor zijn eigen mening uit. Ze antwoorden perfect op wat de juf vraagt.
Meestal zijn de kinderen wel betrokken omdat ze actief mogen meewerken en ook zelf dingen aan bord mogen schrijven.  Vooral in het begin van de les is de betrokkenheid zeer hoog maar naarmate de les vordert merkte ik toch dat er enkele niet meer zo betrokken waren en met hun pennen aan het prullen waren. Het was ook soms langdradig als de juf een vraag stelde en dan iedereen mocht antwoord geven. Dit duurde soms wat lang voor sommigen.
De juf zag dit ook soms en dan liet ze de kinderen af en toe tussen de vragen en theorie door een spelletje oplossen. Bv een kruiswoordraadseltje over Kerstmis, of nummers verbinden…

Ik vind ook dat deze juf zelf al rust en zachtheid uitstraalt. Je voelt de warmte bij haar en ik merkte ook dat ze met liefde voor de klas staat. Dit doet vaak ook al veel om de sfeer aangenaam te maken. ( dit is ook nog zoiets, de juf stond heel weinig ‘voor’ in  de klas, ze ging heel vaak tussen de kinderen zitten of staan, dit bevordert ook de sfeer)

*Noteer enkele voorbeelden van levensvragen die deze kinderen stellen.
Waarom zijn er gelovige mensen?
Hoe komt het dat men Kerstmis viert?

*Aan welk component wordt vooral gewerkt?
Ik vond persoonlijk dat het component B3 in verbondenheid met gemeenschappen vooral aan bod kwam in deze les. Omdat ook de kinderen van zedenleer erbij zaten en de juf heel goed de verschillen in de les aan bod liet komen. Hierdoor leren de kinderen dat ze als individu zelf in een gemeenschap zitten samen met de anderen. (dus ook een beetje B2).
Kinderen ervaren hierdoor dat er een gemeenschap is van gelovigen en één van niet gelovigen. En zij beseffen nu zelf in welke gemeenschap zij zich bevinden.




opdracht 4

Opdracht 4 :   Lees in het handboek TOV drie voorbeelden van de concrete invulling van het                         componentenschema. Bedenkingen en reflecties noteer je in het portfolio. 

Wat me als eerst opviel bij het lezen van verschillende componentenschema’s was dat er hele korte, dunne thema’s bij zijn en hele lange. Ik denk dus dat je als juf zelf het goed moet bekijken welk thema al dan niet zinvol genoeg is voor jou doelgroep of beginsituatie van de kinderen. 
Er zaten de echte symbolische thema’s in zoals Kerstmis, Advent, lichtmis,… Maar ik vond dat er ook rare thema’s bij zaten. Dit waren zo de niet traditionele thema’s.  Ik stond versteld dat dit te maken had met een godsdienst thema.  Bijvoorbeeld bij het thema ridders en kastelen heb ik eens zelf geprobeerd zonder eerst naar het componenten schema te kijken om het ingevuld te krijgen. Conclusie :Dit is heel moeilijk omdat je echt heel diep moet nadenken en even een andere bril moet opzetten. Toen ik daarna het thema in keek stond ik er van versteld wat je allemaal met dit thema kon doen. En ook hoe het componenten schema werd ingevuld stond ik van te kijken. En bij kleuters spreken ridders en kastelen vaak meer aan dan dat je over God of Jezus spreekt. Toch ben je met deze bezig zonder dat je er rechtstreeks naar verwijst. Als je over ridders en kastelen vertelt heb je de kleuters direct betrokken. 
De linken wat onder de schema’s stonden vond ik ook heel interessant. Deze verwezen naar anderen thema’s wat het soms iets gemakkelijker maakt om iets duidelijk te maken Of om nog dieper op een bepaald thema in te gaan. Deze linken kunnen je vaak ook helpen als je kleuters hebt die niet mee zijn of het niet begrijpen.
Wat me ook opviel is dat het veel over verbondenheid gaat.

opdracht 3

Opdracht 3:
1.Lezen van een tijdschrift: Naomi of Simon of Samuël +
2.Lezen van een (enkele impulsen volstaan) “in de kijker” op de Thomas-webpagina
            (www.godsdienstonderwijs.be, Basisonderwijs, overzicht ‘in de kijker’)+
3.Lezen van een aantal lessen uit een handboek.
Noteer in je portfolio wat bruikbaar is voor je eigen praktijk? Wat heb je geleerd?


1. Naomi 5 : Ik ben bang. Hierin werd het verhaal verteld over Jezus die de storm laat ophouden (matteüs, 23-27). 
Ze zochten steun bij Jezus omdat ze vertrouwen in hem hebben. Ik vergelijk dit met de juffrouw en de kleuters. De kleuters zoeken ook steun bij de juf en vertrouwen de juf ook.
Ook zegt Jezus ‘Ik laat je niet alleen’ dit konden ook woorden van de juf zijn tegen de kleuters.
Een kleuter heeft nu eenmaal een houvast nodig en zoekt troost bij zijn juf.
Uit dit boekje heb ik geleerd dat je aan angst altijd aandacht moet geven, je moet kinderen trots laten zijn over welke angst ze al overwonnen hebben.
Hier is het dus verbondenheid met zichzelf (componenten van levensbeschouwelijke groei)

Dit boekje zou ik wel echt bruikbaar vinden in de praktijk. Vooral omdat kleuters nogal gevoelig zijn om hun gevoelens en angsten kwijt te kunnen. Kleuters vertellen vaak van alles raar maar laat ze eens vertellen over hun gevoelens aan de hand van wat ze zien op de prenten in dit boekje. Als ze die dingen bijvoorbeeld ook al ooit hebben meegemaakt. Of werk met nog extra gemaakte grotere prenten die aansluiten bij dit thema. Een kleuter kan zich vaak beter verwoorden om over een prent te vertellen dan gewoon uit het niets ineens iets over zijn gevoelens of angsten te zeggen.

Ik heb ze alle drie gelezen (Naomi, Simon, Samuël). Maar ik vind die boekjes persoonlijk echt kort en krachtig. Die Bijbelverhalen wat erin staan zijn kort en gemakkelijk weergegeven. Hieruit heb ik geleerd dat Bijbelverhalen heel mooi kunnen zijn en ze in 1 klein kort verhaaltje vaak zoveel meer vertellen. Sommige kinderen begrijpen het dan vaak beter want soms verliezen ze zich in het lezen van een lang Bijbelverhaal omdat het dan te lang is. In een van die boekjes stond nog het verhaal van de 2 leerlingen die  op weg gaan naar Emmaüs. Hier werd de link gelegd naar de eucharistie. Hierdoor begrijpen de kinderen vaak beter de symbolieken en rituelen achter iets.






2. Thomas webpagina:
Beademend stil: De weg van de stilte leren.

Dit thema zou ik helemaal kunnen integreren in het klasje. Het sprak me direct aan omdat stilte niet meer iets in van de tijd. En dat sommige kleuters gewoon niet meer weten wat stilte is. En ook omdat sommige kleuters toch wel echt soms nood hebben aan stilte.

Ik zou dit bij het thema gevoelens plakken. Ik zou verschillende soorten prenten, schilderijen , gedichten,…meenemen en laat hun hier maar over vertellen en of ze die stilte fijn vinden ja of nee. 
In een mooi gedicht zou ik de stilte weergegeven. Dit is dan eigenlijk een stukje bidden maar niet tot God (of ik bedoel zijn naam niet genoemd).
Ook de meditatie oefening vond ik wel passen. Ik zou hun niet laten doen na het turnles of een zware denkactiviteit of gewoon als er zich iets heeft voorgedaan in het klasje. Zo kunnen de kleuters even tot zichzelf komen en eens diep nadenken.
Ik zou de uitdaging met de kleuters aangaan om bepaalde tijd niet te spreken en kijken hoe lang ze dit volhouden. Hierbij dan de link leggen naar de diversiteit bij de mensen. De kleuters vertellen dat er ook kleuters zijn die helemaal niet of nooit meer kunnen praten. Hierbij breng je de wereld binnen bij de kleuters.

(geen) kinderspel?!: Speelgoed bekeken van uit levensbeschouwelijk oogpunt.

Deze impuls sprak me ook heel erg aan omdat de kleuters geen waarden meer kennen op de dag van vandaag. En sommigen leven is luxe dat ze geen respect meer hebben voor speelgoed. Kinderen hebben op de dag van vandaag zoveel.
Ik zou met mijn kleuters is willen bekijken als ze zich ook kunnen amuseren zonder speelgoed. Hier ben ik echt eens benieuwd naar.
Of dat ze iets zouden kunnen maken met afvalmaterialen en zo verder gaan met de link dat er echt wel zo kinderen leven op de dag van vandaag.
De kleuters kennen ook helemaal niet meer de symboliek achter sinterklaas enkel het krijgen van massa’s pakjes dat vinden ze het belangrijkste. Met kerst net hetzelfde.
Ik zou hun echt weer eens willen duidelijk maken wat het krijgen van deze dingen eigenlijk wel is.
Ik zou hun eens willen uitdagen om eens op zoek te gaan samen met mama, papa, opa, oma,… om speelgoed te vinden van vroeger of dat dat speelgoed nu nog bestaat maar dan in een rijkelijkere versie ervan. Zo eens kijken met de kleuters naar de verschillen en materialen van het speelgoed. En als zij dit speelgoed ook wel leuk vinden en er zich mee kunnen amuseren. Zo leren de kleuters weer meer de waarden en normen kennen van speelgoed en leren ze er meer belang en zorg aan hechten.

Ik zou hun ook proberen uit te leggen (niet dat iedereen dat snapt) dat er bij speelgoed wel heel veel aan bod komt van ontwikkelingen. Vragen aan de kleuters als ze dit ook al eens ontdekt hebben. En wat dan?

Ik heb geleerd bij het lezen van de verschillende impulsen dat deze heel bruikbaar kunnen zijn om je thema’s meer kleur te geven. Hier staan interessante bronnen bij die je lesgeven een meerwaarde geven en zo je leerproces nog meer te ontwikkelen. Ook voor de kleuters wordt het dan een meer aangenamere les met meer afwisselingen en informatie wat het voor de kleuters meer uitdagender maakt. En dit is wat je als juf altijd voor ogen moet hebben dat je de kleuters altijd moet kunnen uitdagen en stimuleren.


3. Handboek lezen:
Ik heb in het handboek Tov gelezen zowel als in het handboek ‘Tuin van Heden’.
Ik zou persoonlijk meer voor het handboek Tov kiezen. Dit zou voor mij meer bruikbaar zijn dan ‘Tuin van Heden’.
Waarom?: Ik vind persoonlijk dat Tov meer diepgang heeft. Dit boek is gewoon kant en klaar. Er staat alles in, hoe je alles moet aanpakken, hoe je je thema nog dieper en meer kan uitbreiden. Het heeft meer linken naar andere thema’s en dit is vaak handig als er kinderen zijn die zich niet zo voor een bepaalt thema open stellen.  Het boek is ook heel taalvaardig opgesteld zodat de taalontwikkeling nog eens extra wordt gestimuleerd.
Ik vind persoonlijk dat ze het in het boek ‘Tuin van heden’ vaak ver gaan zoeken. Vaak te ingewikkeld voor het niveau en/of leeftijd bij kinderen waarvoor het boek gebruikt wordt.
Hieruit heb ik geleerd dat iedereen zijn eigen visie op godsdienst heeft en iedereen beschrijft dit heel anders en gaat er heel anders mee aan de slag. Ik heb ook geleerd dat het soms moeilijk is om er voor te kiezen , hoe en op welke manier je zoiets overbrengt naar je leerlingen omdat ieder kind een eigen individu is en ieder kind staat op zijn eigen manier open voor iets of helemaal niet open voor iets. Hier is het heel belangrijk dat je de beginsituatie van je kinderen goed kent of ze goed moet leren inschatten.

Ik heb ook geleerd uit het lezen in deze boeken dat godsdienst heel breed kan zijn. Dit had ik eigenlijk niet verwacht.
In elk thema wat de juffen aanbrengen zit er altijd wel iets in van godsdienst zonder dat je precies God of Jezus er bij vermeld.  “Ze” zijn aanwezig maar niet met deze woorden beschreven. Dus het maakt niet uit als je ook niet op een katholieke school zit, je kan toch heel goed godsdienst op een hele mooie zinvolle manier beleven.
Dus onbewust ben ik toch met godsdienst bezig in het klasje zonder dat ik het besefte.